Van merknaam naar soortnaam: merkmoord?
Als bedrijf wil je je merk zo sterk mogelijk in de markt zetten. Soms lukt dat zelfs zo goed dat uiteindelijk het tegengestelde wordt bereikt: de merknaam devalueert tot een begrip voor een gehele productsoort. En dat is natuurlijk het laatste wat je wil bereiken met je merk!
Veel van de merken die soortnamen geworden zijn herken je vaak niet eens als merk. Voorbeelden zijn luxaflex, maggi, vaseline, corn flakes, glassex, walkman en aspirine. Er zijn zelfs ook werkwoorden zoals googlen, hyven en tomtommen.
Als bedrijf krijgt je merknaam op deze manier veel exposure, maar moet je als bedrijf hier wel zo blij mee zijn? Nee, het werkt juist als belemmering: je merknaam verwatert en je verliest een deel van je identiteit. Mensen die googlen kunnen net zo goed op dat moment Yahoo! gebruiken en de maggiblokjes zouden zomaar van Knorr kunnen zijn.
Hoe kun je dit dan voorkomen? Niet! Taal gaat zijn eigen weg en houdt geen rekening met de brandingstrategieën van een bedrijf. Wat misschien zou kunnen helpen is door naast je merknaam een ‘lekker-gebekte’ soortnaam te introduceren.
Taalkundig is de ontwikkeling van merknaam naar soortnaam erg interessant; hoewel het een verarming is voor het merk, is het een verrijking voor de taal.
Er is echter nog met één probleem: Een woord voor dit fenomeen bestaat niet! Misschien ‘merkverwatering’? De Engelse taal heeft er een mooi woord voor: genericide (generiek en –cide = moord). Toch dekt de term de betekenis niet: letterlijk betekent het ‘soortmoord’. Het omgekeerde is aan de hand, dus dan zou dit het beste woord zijn: merkmoord…
LinkedIn
Twitter
Hyves.nl
YouTube